Waarom leverdonatie bij leven?

Er is een groot donortekort. In 2008 wachtten 118 mensen op een nieuwe lever. Momenteel overlijdt circa één op de negen mensen die op de wachtlijst staat voor een nieuwe lever. Om deze redenen overwegen steeds meer mensen een levende donorlevertransplantatie. De noodzaak van een operatie staat dan tegenover de complexiteit van de transplantatie en de risico’s voor de donor.

Voor de ontvanger van de donorlever heeft donatie door een levende donor verschillende voordelen. Het ontvangen van een klein deel van de lever van een levende donor biedt bij kinderen meer overlevingswinst dan een postmortale donor (iemand die na overlijden een lever afstaat). Bij volwassenen moet er een groter deel van de lever gedoneerd worden, dat gepaard gaat met meer risico's. Door een zorgvuldige screening is er sprake van een ‘ideale’ donor. Verder is de wachttijd korter en kan de operatie worden gepland. Een ander voordeel is de aanzienlijk kortere tijd tussen het uitnemen van het deel van de donorlever en het plaatsen hiervan in de ontvanger. Dit is korter dan het geval is is bij het transplanteren van een lever van een overleden donor. Dat houdt in dat het getransplanteerde deel veel korter geen doorbloeding (zuurstof) heeft.

De lever is een regenererend orgaan. Regenereren betekent 'weer aangroeien'. Een gezonde lever heeft een enorme overcapaciteit. Een groot deel van de lever kan daarom in principe zonder problemen worden verwijderd. De lever groeit daarna weer aan tot bijna 100%.

Op de site van de Nederlandse Leverpatiënten Vereniging staat een samenvatting over de voordelen, nadelen en ethische aspecten rondom levende donor levertransplantatie.