De meest bekende vormen van donatie bij leven zijn donatie van een nier, bloed of stamcellen. Donatie van een gedeelte van de lever komt ook voor, maar minder vaak. In het buitenland vinden ook al longtransplantaties plaats met longkwabben van levende donoren. Twee donoren staan dan elk een longkwab af ter vervanging van de beide zieke longen van een patiënt. In Nederland gebeurt dit nog niet.
Iedereen kan in principe donor zijn van een orgaan bij leven, mits de persoon wilsbekwaam en meerderjarig is (bij leverdonatie geldt een maximum leeftijd van 60 jaar). De donor moet het besluit in volstrekte vrijheid en zonder enige morele druk hebben genomen. Hier bestaan wettelijke voorwaarden voor. De arts die het orgaan zal verwijderen, moet nagaan of aan deze voorwaarden is voldaan. Als het besluit vaststaat, volgt een onderzoek. Het onderzoek wijst uit of de persoon gezond is en geschikt als donor.
Bij directe donatie (relatietransplantatie) kiest u ervoor een orgaan aan een bekende van u te doneren. Bij indirecte donatie echter wordt de ontvanger vastgesteld op basis van een aantal vastgestelde medische criteria zoals:
- Overeenkomst in bloedgroep tussen de donor en de patiënt.
- Overeenkomst in weefselkenmerken van de donor en de patiënt.
- Medische urgentie.
- Wachttijd: als er twee "gelijkwaardige" patiënten op de wachtlijst staan, dan gaat het donororgaan naar de patiënt die het langst op de wachtlijst staat.
- Praktische aspecten zoals afstand, beschikbare tijd en mogelijkheden voor transplantatie kunnen ook een rol spelen bij de toewijzing van een orgaan. Dit komt omdat vitale organen buiten het lichaam beperkt houdbaar zijn.
Bij relatietransplantatie krijgt u natuurlijk altijd te horen of een transplantatie succesvol is verlopen. Het is bij indirecte donatie vanwege privacyredenen niet mogelijk te horen wie de ontvanger is geweest, maar op aanvraag kan wel worden nagevraagd hoe de transplantatie is verlopen. Dit krijgt u dus niet standaard te horen, maar wanneer u dit graag wilt weten kunt u dit navragen.
Leeftijd maakt in principe niet uit, de eigen gezondheid en de kwaliteit van het te doneren orgaan echter wel. Het orgaan moet natuurlijk nog wel voldoende functie hebben voor de ontvanger. Er wordt onderzocht of iemand geschikt is als donor, en of zijn of haar gezondheid het toelaat een orgaan af te staan. Wanneer iemand geschikt wordt bevonden als donor, kan de transplantatie doorgaan.
Voor de levende leverdonoren is er echter wel een leeftijdsgrens van 60 jaar, aangezien leverdonatie een vele malen zwaardere operatie betreft dan een nierdonatie en meer risico's met zich meebrengt naarmate de donor ouder wordt.
Een stamceldonor kan zich aanmelden als stamceldonor tussen het 18e en 45e levensjaar. Tot en met het 56e levensjaar kan de donor staan ingeschreven in het wereldwijde stamceldonorbestand.
In geval van orgaandonatie bestaat recht op een Ziektewetuitkering. Werkgevers ondervinden dus geen financieel nadeel van orgaandonatie door hun werknemer. In de Ziektewet is echter niet geregeld dat een werkgever moet meewerken aan orgaandonatie. Wel is de werkgever gehouden om zich te gedragen als goed werkgever. Dat is geregeld in het Burgerlijk Wetboek.
Het zal per werkgever verschillen hoe de regelingen zijn omtrent de screeningsprocedure voorafgaand aan het daadwerkelijke doneren. De een zal u tegemoet komen wanneer een vrije dag opgenomen moet worden voor bijvoorbeeld een medisch onderzoek, de ander zal deze dagen voor uw eigen rekening laten komen. Het is verstandig hierover te praten met uw werkgever voordat u zich aanmeldt voor de screeningsprocedure.
Jongeren kunnen vanaf 12 jaar functioneren als donor-bij-leven. Wel gelden er extra beperkingen:
- Alleen organen en weefsels die weer aangroeien komen voor donatie in aanmerking, zoals stamcellen. Jongeren kunnen daarom niet optreden als nierdonor-bij-leven, want een nier groeit niet meer aan.
- De ontvanger moet een bloedverwant zijn (tot en met de tweede graad). Deze bloedverwant verkeert in levensgevaar en heeft geen andere mogelijkheden beter te worden.
- Zowel de wettelijke vertegenwoordiger (ouders/voogd, curator, mentor) als de rechter moet toestemming geven voor de donatie.
- De arts die het orgaan verwijdert moet alle betrokkenen op duidelijke wijze informeren over de donatie en de gevolgen ervan voor de donor.
Wilsonbekwame personen kunnen in bepaalde gevallen doneren tijdens hun leven. Wel gelden er extra beperkingen:
- Alleen organen en weefsels die weer aangroeien komen voor donatie in aanmerking, zoals stamcellen. Wilsonbekwame personen kunnen bij leven dus geen nier afstaan;
- De ontvanger moet een bloedverwant zijn (tot en met de tweede graad). Deze bloedverwant verkeert in levensgevaar en heeft geen andere mogelijkheden beter te worden. De wilsonbekwame persoon moet er groot belang bij hebben dat dit levensgevaar wordt afgewend;
- Zowel de wettelijke vertegenwoordiger (ouders/voogd, curator, mentor) als de rechter moet toestemming geven voor de donatie;
- De arts die het orgaan verwijdert moet alle betrokkenen op duidelijke wijze informeren over de donatie en de gevolgen ervan voor de donor.
Een persoon is wilsbekwaam op een bepaald gebied als deze persoon zich een mening over dat onderwerp kan vormen. Ook moet de persoon de gevolgen van een daaropvolgende keuze kunnen overzien. Bij orgaandonatie geldt dus: de betrokkene moet zich een mening kunnen vormen over orgaandonatie bij leven. Daarnaast moet de persoon de gevolgen van een keuze voor (of tegen) donatie bij leven kunnen overzien. Is dat niet het geval, dan is de betrokkene wilsonbekwaam wat het onderwerp orgaandonatie betreft.