Donatie bij leven en orgaanhandel
De wachtlijst voor een niertransplantatie is lang in Nederland. Gemiddeld moet iemand hier vier jaar wachten op een nieuwe nier. Sommige mensen besluiten daarom te proberen een donororgaan in het buitenland te krijgen. De donor krijgt dan voor het afstaan van zijn of haar nier een financiële vergoeding. Deze vorm van commercieel ‘orgaantoerisme’ vindt bijvoorbeeld plaats in landen als Pakistan, China en de Filippijnen. Maar het komt ook voor in sommige Oost-Europese landen (Moldova, Ukraïne, Roemenië). De organen (vooral nieren) worden daar ‘ter beschikking gesteld’ door mensen die veelal in grote armoede leven.
In Nederland (net als in de meeste landen) is in de wet vastgelegd dat het doneren van organen altijd vrijwillig, onbetaald en zonder enige dwang moet plaatsvinden. Maar bij orgaanhandel zijn het juist hun slechte financiële omstandigheden (armoede, werkeloosheid, schulden, behoefte aan medische verzorging) die mensen er toe brengen hun nier te verkopen. Gebleken is echter dat veel betaalde donoren door het verkopen van een nier, niet aan hun armoede ontsnappen en bovendien vaak gezondheidsproblemen krijgen.
Wettelijk verboden
Orgaanhandel, het afstaan of ontvangen van een orgaan voor geld, of het daarbij bemiddelen met winstoogmerk, is in Nederland verboden. Men begaat dan een strafbaar feit. Maar ook in vrijwel alle bovengenoemde landen waar orgaantoerisme tot nu toe plaatsvindt, bestempelt de wet het kopen van een orgaan (door een buitenlander) tegenwoordig als een ernstige overtreding, waarop strenge straffen kunnen staan. Een Nederlandse patiënt loopt dus een groot risico. De Nederlandse overheid wil orgaantoerisme in alle vormen ontmoedigen. Niet alleen vanwege het onethische karakter van orgaanhandel en de juridische gevolgen voor de patiënt, maar ook omdat aan transplantaties in het buitenland medische risico’s zijn verbonden (voor zowel de patiënt als de donor).
De medische resultaten van een transplantatie in het buitenland zijn -zo is uit onderzoek gebleken- vaak aanzienlijk slechter dan wanneer de transplantatie in Nederland plaats heeft. Of de buitenlandse chirurgen voldoende ervaring hebben en of ze wel goed zijn opgeleid is vaak niet bekend of controleerbaar. Ook de kwaliteit van de gedoneerde organen is onbekend en de medische zorg na de transplantatie voor zowel de patiënt als de donor laat vaak te wensen over. Medisch gezien is het dus een risicovolle onderneming.
Ziektekostenverzekering
Per 1 januari 2010 worden transplantaties bij een Nederlandse patiënt in landen buiten de Europese Unie, Noorwegen, IJsland en Liechtenstein door de Nederlandse verzekeraars alleen nog vergoed als de verzekerde kan aantonen dat het gaat om donatie bij leven door een bloedverwant, echtgenoot of geregistreerde partner. Hiervoor moet vooraf toestemming worden gevraagd. Bovendien moet het duidelijk zijn wie de donor is en dat er geen financiële transactie plaatsvindt. Dat is besloten omdat orgaantoerisme vooral buiten de grenzen van deze Europese landen plaatsvindt. Door transplantaties in de ‘risicolanden’ op deze manier te beperken is de verwachting dat er geen sprake meer zal zijn van een donatie waar een financiële compensatie tegenover staat.
Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport werkt aan de uitvoering van de voorstellen uit het Masterplan Orgaandonatie om ervoor te zorgen dat de wachtlijst voor transplantatie in Nederland korter wordt. Het ministerie hoopt dat patiënten dan geen reden meer zien om voor een transplantatie naar het buitenland te gaan.